Rondleiding Langs de kunst in de Oostlijn I
Tijdens een twee uur durende metrorit belicht kunsthistoricus Carolus van Doornen de kunst op vijf metrostations van de Oostlijn. Metrolijnen 53 en 54 zijn elk circa 12 kilometer lang en werden in 1977 en 1980 in gebruik genomen. Op de ondergrondse stations zijn maatschappijkritische kunstwerken aangebracht, vervaardigd door Nederlandse kunstenaars. Een aantal getuigt van de roerige ontstaansgeschiedenis van de metroaanleg door de historische binnenstad.
Op deze kunstrit gaan we ondergronds (met metrolijnen 53, 54 of 51) vanaf metrostation Amsterdam Centraal naar metrostation Wibautstraat, stappen uit op alle vijf haltes en bekijken onderweg de zestien kunstwerken op de perrons en in de stations. We bespreken symboliek, iconografie, formaat, materiaalkeuze en kunstenaars en zien hoe de kunst in de omgeving past.
Kunst op locatie: onder de grond.
Benodigdheden: Ov-kaart en wandelschoenen. Paraplu overbodig.
We starten op NS Station Amsterdam Centraal (perron 2b), eindpunt van de rondleiding is metrostation Wibautstraat.
Jouw docent
Carolus van Doornen
Een cursist stelde eens een vraag waarop ik zo een-twee-drie geen antwoord wist. Ik dacht diep na en zei toen eerlijkheidshalve dat ik zo gauw niet iets verzinnen kon. Maar U moet ook niets verzìnnen . . . was daarop de reactie.
Rondleiding Langs de kunst in de Oostlijn I
Inschrijving geopend
Inschrijven voor deze cursus is nu mogelijk en er is nog voldoende ruimte voor nieuwe deelnemers. Je ontvangt een bericht zodra er voldoende aanmeldingen zijn om de cursus door te laten gaan.
-
263151Programmacode
-
€ 36,75Prijs
-
1 bijeenkomst van 2 uurTijdsduur
- zaterdag 27 juni van 10:30 tot 12:30
Benodigdheden: Ov-kaart en wandelschoenen. Paraplu overbodig.
NS station Amsterdam Centraal, (voor de deur van) Grand Café Restaurant 1e Klas
,
Carolus van Doornen
Een cursist stelde eens een vraag waarop ik zo een-twee-drie geen antwoord wist. Ik dacht diep na en zei toen eerlijkheidshalve dat ik zo gauw niet iets verzinnen kon. Maar U moet ook niets verzìnnen . . . was daarop de reactie.